Wettelijke regeling recht op omgang grootouders?
Helaas komt het in de praktijk nogal eens voor dat grootouders hun kleinkinderen niet (meer) zien. Dat kan komen door het ontbreken van contact tussen een ouder en de grootouders, of omdat een ouder zelf geen contact (meer) heeft met zijn/haar kinderen. Grootouders ervaren het ontbreken van contact met hun kleinkinderen als een groot gemis. Regelmatig komt dan ook de vraag naar voren of grootouders niet een zelfstandig recht op een omgangsregeling zouden moeten hebben. Politiek lijkt daar wel draagvlak voor te zijn. Er ligt op dit moment dan ook een wetsvoorstel om grootouders toegang te geven tot de rechter om een omgangsregeling met hun kleinkinderen af te dwingen.

Belang van grootouders
Het is goed te begrijpen en invoelbaar dat grootouders contact met hun kleinkinderen willen hebben en betrokken willen zijn bij hun leven. Kleinkinderen geven vrolijkheid en nieuwe zin aan het leven, en brengen energie en dynamiek met zich mee. Bovendien wordt met de kleinkinderen de familielijn voortgezet. Het belang van grootouders staat dan ook niet ter discussie

Belang van kinderen
Voor kinderen wordt in zijn algemeenheid een goed contact met grootouders en een rol voor hen in hun leven gezien als een positieve bijdrage bij het opgroeien van kinderen. Een stabiele factor in een soms hectisch leven. Bovendien zijn kinderen genetisch verwant aan de familie van beide ouders, en zullen uiterlijke kenmerken of karaktertrekken herkend worden. Het wordt daarom voor de ontwikkeling van kinderen van belang gevonden dat kinderen niet alleen hun beide ouders, maar ook de naaste familie van beide ouders kennen.

De vraag is gerechtvaardigd of het in het belang van kinderen is als contact tussen hen en hun grootouders juridisch wordt afgedwongen als dat op andere wijze niet gelukt is. Wat zou het voor een kind betekenen als het op basis van een uitspraak van een rechter verplicht wordt contact te hebben met grootouders?

Dilemma
Er kunnen grote vraagtekens bij gesteld worden of het juridisch afdwingen van contact in het belang van kinderen zou kunnen zijn. Het ontbreken van contact is immers een gevolg van een conflictueuze situatie, hetzij tussen een ouder en de grootouders, hetzij tussen de ouders onderling waardoor een van de ouders geen contact meer heeft met een kind. Door af te dwingen dat een kind toch contact heeft met de grootouders, wordt het kind in deze conflictueuze situatie getrokken. Daarmee zou het belang van de grootouders boven het belang van het kind worden gesteld. De vraag is gerechtvaardigd of dat een juiste keuze zou zijn.

Verantwoordelijkheid van volwassenen
In de ideale situatie groeien kinderen op met contact met de familie van beide ouders. Als dat anders is, wordt dat als een gemis voor de kinderen ervaren. Je ziet dan ook vaak dat kinderen later, als ze volwassen zijn, toch op zoek gaan naar de familie waarmee ze genetisch verwant zijn. Het is daarom een taak van beide ouders om ervoor te zorgen dat de kinderen de gelegenheid hebben om hun grootouders te kennen en contact met hen te hebben, ook als de omstandigheden met zich meebrengen dat dat minder vanzelfsprekend is. Het is aan ouders om daar, in samenwerking met de grootouders, invulling aan te geven als onderdeel van de opvoeding. Daarvoor moet soms het belang van de kinderen boven het eigen belang worden gesteld. Maar als dat echt niet realiseerbaar is, moeten grote vraagtekens gesteld worden bij het creëren van een mogelijkheid om langs juridische weg contact met de kinderen af te dwingen en ze daarmee te betrekken in een conflict dat volwassenen kennelijk niet onderling kunnen oplossen.

Voor vragen hierover kunt u contact opnemen met mr. Nardie van Ham-Oude Elferink.

MR. B.M. (Nardie) van Ham-Oude Elferink

Call Now Button