Vaststelling van vaderschap via DNA-onderzoek

Ook in deze tijd, waarin allerlei vormen van voorbehoedsmiddelen eenvoudig te verkrijgen zijn, komen onbedoelde zwangerschappen nog regelmatig voor. Als dat leidt tot de geboorte van een kind, is duidelijk wie de moeder is. Minder duidelijk is wie de vader van dat kind is, terwijl het biologisch vaderschap wel gevolgen heeft. Zo wordt de biologische vader financieel mede onderhoudsplichtig voor een kind. Er kan dan ook alle belang bij zijn dat het biologisch vaderschap wordt vastgesteld.

Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
Als een moeder de verwekker van het kind wil aanspreken op zijn verantwoordelijkheden bestaat de mogelijkheid dat de moeder de rechtbank vraagt om het vaderschap van de persoon, waarvan zij zegt dat hij de biologische vader is, gerechtelijk vast te stellen. Als de moeder dan voldoende feiten stelt op grond waarvan het vermoeden van het vaderschap kan bestaan, kan de rechter bepalen dat deze man moet meewerken aan een DNA-onderzoek om duidelijkheid te krijgen over het biologische verwantschap. Zo’n DNA-onderzoek is fysiek niet belastend. Er wordt met een soort van wattenstaafje wat wangslijm genomen van de potentiële vader en van het kind, en op basis daarvan kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden aangegeven of deze man de biologische vader van dit kind is. Als dat zo is, zal de rechtbank het vaderschap gerechtelijk vaststellen. De gevolgen daarvan zijn vergelijkbaar met de situatie die is ontstaan door een erkenning van het vaderschap bij de burgerlijke stand van de gemeente.

Kan medewerking aan een DNA-test worden geweigerd?
Deze vraag kwam aan de orde in een procedure waarover het gerechtshof Amsterdam zich recent moest buigen (ECLI:NL:GHAMS:2023:2066). Ondanks dat de rechtbank eerder de man had bevolen mee te werken aan een DNA-onderzoek , waarbij een dwangsom was opgelegd indien de man daaraan niet zou meewerken, bleef hij toch bij zijn weigering. Hij stelde dat hij uit principiële  overtuigingen niet wilde meewerken aan DNA-onderzoek. Die principiële bezwaren bestonden eruit dat hij de vraag van de vrouw om aandacht en geld niet wilde belonen. De vrouw zou hem stalken, en had meerdere procedures tegen hem aangespannen.

Beslissing van het gerechtshof
Het gerechtshof maakte korte metten met dit standpunt van de man. De bezwaren van de man zijn onvoldoende zwaarwegend tegenover het belang van het kind om te weten wie zijn biologische vader is. De man wordt geacht de biologische vader te zijn en aan hem wordt een alimentatieplicht opgelegd. De man ontkomt daaraan niet door medewerking aan het DNA-onderzoek te weigeren.

Dit betekent dat, ook als de man zijn verantwoordelijkheden ten opzichte van een kind niet wil nemen en daarin zelfs zo ver gaat zijn vaderschap te ontkennen, een moeder toch mogelijkheden heeft de man op zijn vaderschap aan te spreken.

MR. B.M. (Nardie) van Ham-Oude Elferink

Call Now Button