Kennisbank | Arbeidsrecht

STRENGERE REGELS VOOR CONCURRENTIEBEDING!?

Strengere regels voor concurrentiebeding!?

Het kabinet heeft een wetsvoorstel[1] ingediend over de modernisering van het concurrentiebeding. Er zouden strengere regels moeten komen voor de geldigheid van concurrentiebedingen. In deze blog wordt gekeken naar wat het wetsvoorstel op hoofdlijnen inhoudt.

Wat is een concurrentiebeding?
In de Nederlandse Grondwet staat: “het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend”. Werknemers hebben dus in principe vrije arbeidskeuze. Een concurrentiebeding is een schriftelijke afspraak waardoor de werknemer na einde dienstverband beperkt wordt om voor een andere (soortgelijke) werkgever te gaan werken. Dat is bijvoorbeeld bedoeld om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie over bedrijfsprocessen bij de concurrentie belandt. Dat wordt bescherming van het bedrijfsdebiet genoemd. Een concurrentiebeding maakt dus inbreuk op de vrije arbeidskeuze.

Volgens onderzoeken hebben meer werknemers dan ooit een concurrentiebeding in hun arbeidsovereenkomst staan. Volgens het kabinet is dat te vaak met de ‘verkeerde’ reden, bijvoorbeeld om in een krappe arbeidsmarkt personeel vast te houden. Daar is het concurrentiebeding eigenlijk niet voor bedoeld. Daarom wil het kabinet nu strengere regels.

De nieuwe eisen
Het uitgangspunt wordt: een concurrentiebeding is nietig (niet rechtsgeldig), tenzij er is voldaan aan een aantal strenge eisen.

Een concurrentiebeding mag alleen schriftelijk en met een meerderjarige werknemer worden afgesproken. Dat is ook nu al de wettelijke eis.

Nieuw in het voorstel is de eis dat een concurrentiebeding altijd schriftelijk gemotiveerd moet worden. Zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moeten het beding noodzakelijk maken. Die eis kent de wet nu ook al, maar alleen voor een concurrentiebeding in een tijdelijk contract. De eis gaat, als het aan het kabinet ligt, dus gelden voor álle arbeidsovereenkomsten. Ook voor die voor onbepaalde tijd.

Ook nieuw is de eis dat in het beding een geografische beperking en een beperking in tijd moet worden opgenomen. Dat is nu ook al wel gebruikelijk, maar strikt genomen is het geen wettelijke eis. Een beding mag maximaal 12 maanden na einde dienstverband gelden en moet dus geografisch afgebakend zijn. Bijvoorbeeld in een straal van 25 kilometer rond de vestigingsplaats van de werkgever.

Voldoet het beding niet aan die eisen, dan is het nietig. De werkgever kan er dan zogezegd niets mee.

Beroep doen op beding
Op dit moment is een concurrentiebeding, als natuurlijk is voldaan aan de huidige wettelijke regels, ook geldig als de werkgever zich er helemaal niet op beroept. Met andere woorden: de werkgever hoeft niet expliciet aan te geven dat hij de werknemer aan het beding wil houden. Dat moet volgens het kabinet anders.

Een concurrentiebeding wordt alleen van toepassing als de werkgever schriftelijk en tijdig aangeeft dát hij de werknemer eraan houdt én gedurende welke periode dat dan is. In principe moet de werkgever uiterlijk een maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst laten weten of hij zich op het beding wil beroepen. Het beding alleen opnemen in de arbeidsovereenkomst is dus niet langer voldoende!

Vergoeding voor werknemer
Het kabinet vindt dat de werknemer gecompenseerd moet worden als hij aan een concurrentiebeding wordt gebonden. Op dit moment kent de wet ook al zo’n soort bepaling, alleen de lat ligt daarvoor hoger. Het nieuwe uitgangspunt: word je gebonden aan een concurrentiebeding, dan heb je recht op een vergoeding.

De vergoeding voor de werknemer is gekoppeld aan de periode waarin je gebonden bent aan het concurrentiebeding. Per maand dat de beperking duurt, heb je recht op minimaal de helft van het maandsalaris. Zit je 12 maanden vast aan een beding, dan heb je dus minimaal recht op een vergoeding van 6 maandsalarissen. Natuurlijk kunnen werkgever en werknemer ook hogere vergoedingen afspreken.

De vergoeding moet door de werkgever in principe uiterlijk op de laatste dag van het dienstverband zijn betaald. Doet de werkgever dat niet, dan heeft het beding verder geen werking.

Vernietiging beding
Als een werknemer vindt dat het concurrentiebeding niet noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, of als hij onbillijk wordt benadeeld door het beding, dan kan hij de rechter verzoeken het beding geheel of gedeeltelijk te vernietigen. Die mogelijkheid biedt de wet nu ook al. Doordat de wet strenger wordt, is het de verwachting dat de positie van de werknemer in een eventuele procedure wordt versterkt.

Motie Tweede Kamer: pas vanaf jaarsalaris van 1,5 keer modaal
Nadat het wetsvoorstel bekend werd, heeft de Tweede Kamer een motie[2] aangenomen waarin de regering wordt verzocht in de nieuwe wet op te nemen dat een concurrentiebeding altijd nietig is als dat is aangegaan met een werknemer die per jaar maximaal 1,5 keer een modaal salaris krijgt. Mogelijk wordt deze extra beperking daarom ook nog toegevoegd aan de uiteindelijke nieuwe regels.

Conclusie
Het kabinet wil dus (veel) strengere eisen voor het concurrentiebeding. Als dit voorstel wordt aangenomen, dan betekent dat waarschijnlijk dat werkgevers een werknemer minder snel aan een concurrentiebeding kunnen binden. Lukt dat wel, dan moet er bovendien een vergoeding betaald worden die flink kan oplopen.

Voor werknemer én werkgevers is het belangrijk om de behandeling van het wetsvoorstel te volgen. Wil je nu al advies over hoe je met een concurrentiebeding kunt omgaan? Neem dan vooral contact met mij op!

Gerwin Wezelman

[1] https://www.internetconsultatie.nl/moderniseringvanhetconcurrentiebeding/b1#sectie-waarkuntuopreageren

[2] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?id=2024Z02013&did=2024D04593

MR. G.W. (Gerwin) Wezelman

Specialisaties: strafrecht, algemeen civiel recht, contractenrecht en arbeidsrecht.

Call Now Button