Concurrentie door (oud-)aandeelhouder?
Het komt regelmatig voor dat een aandeelhouder zijn aandelen in een onderneming verkoopt. Soms begint deze oud-aandeelhouder dan een eigen onderneming. Mag die onderneming dan concurreren met de onderneming waarvan hij aandeelhouder was?

Uitgangspunt is dat het aandeelhouders vrij staat om hun eigen belang te behartigen en dus een eigen onderneming te starten en te drijven. Deze vrijheid is niet onbeperkt. Op grond van artikel 2:8 BW zijn aandeelhouders ook verplicht om het belang van de vennootschap en de belangen van de andere aandeelhouders in acht te nemen. Dat geldt ook voor een oud-aandeelhouder. Concurrentie door een (oud-)aandeelhouder is dan ook lang niet altijd toegestaan.

Wel of geen concurrentiebeding?
In beginsel staat het de aandeelhouder vrij om activiteiten te verrichten die mogelijkerwijs kunnen concurreren met die van de vennootschap waarvan hij de aandelen houdt. Dat is anders wanneer de aandeelhouder is gebonden aan een concurrentiebeding. Voor een oud-aandeelhouder geldt dezelfde hoofdregel. Zo’n concurrentiebeding wordt vaak vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst of in een nadere overeenkomst in het kader van de verkoop van de aandelen.

Wanneer geen concurrentiebeding is afgesproken, kan de mogelijkheid om te concurreren nog wel beperkt zijn door de wet en de rechtspraak. Daarvan kan sprake zijn als de concurrentie onrechtmatig is.  Concurrentie is onrechtmatig als deze dusdanig is dat deze, ook los van een eventueel concurrentiebeding, onrechtmatig is tegenover de vennootschap. Vaak moet er dan sprake zijn van bijkomende omstandigheden die de concurrentie onrechtmatig maken. Denk aan misbruik maken van opgedane kennis, structureel gaan werven onder klanten en relaties van de onderneming waarvan men aandeelhouder was, medewerkers ronselen etc.

Vraag is wanneer dat het geval is. De norm van artikel 2:8 BW speelt dan een rol. Daarnaast is ook de gewone onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) van toepassing op het handelen van de
(oud-)aandeelhouder wanneer zijn feitelijke handelen niet in de hoedanigheid van aandeelhouder heeft plaatsgevonden.

Niet altijd gemakkelijk vast te stellen
Of sprake is van onrechtmatige concurrentie door een (oud-)aandeelhouder is lang niet altijd eenvoudig vast te stellen. Alle omstandigheden spelen een rol bij de beoordeling. Wanneer een aandeelhouder voordat hij de aandelen kocht al concurreerde, zal de beoordeling bijvoorbeeld anders zijn dan wanneer een oud-aandeelhouder ineens gaat concurreren.

Samengevat: voorkom gedoe en leg afspraken goed vast
Concurrentie door een (oud-)aandeelhouder kan verboden zijn, wanneer daarover afspraken zijn gemaakt, maar ook als dat niet het geval is. Tip is om die afspraken goed vast te leggen, bijvoorbeeld in een aandeelhoudersovereenkomst.

Duidelijke afspraken maken het een stuk gemakkelijker om te beoordelen of iets wel of niet mag. Zo kan een kostbare procedure worden voorkomen. Ik adviseer u graag bij het opstellen van een goede aandeelhouders- of verkoopovereenkomst.

Neemt u voor meer informatie gerust contact met mij op per telefoon (0527-618 333) of e-mail (m.versendaal@scholtensadvocaten.nl).

Mario Versendaal

MR. M.W.G. (Mario) Versendaal

Specialisaties: ondernemingsrecht, algemeen civiel recht, agrarisch contractenrecht, insolventierecht en zekerhedenrecht.

Call Now Button